Gemiddeld energieverbruik van huishoudens
Het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) ramen voor 2026 een gemiddeld verbruik van 928 m³ gas en 1.747 kWh netto stroom per huishouden. Zo is dat gemiddelde opgebouwd en zo verhoudt jouw verbruik zich ertoe.
Hoe lees je dit gemiddelde?
Het gasgemiddelde gaat over woningen die hoofdzakelijk met aardgas worden verwarmd, en is gecorrigeerd voor het weer: het laat zien wat een huishouden in een normaal jaar zou verbruiken. Het stroomgemiddelde is netto: wat van het net wordt afgenomen min wat zonnepanelen teruggeven. Zonder zonnepanelen ligt je stroomverbruik daardoor vaak hoger dan dit gemiddelde.
De cijfers voor 2025 en 2026 zijn prognoses van het PBL, gebaseerd op slimme-meterdata en de Klimaat- en Energieverkenning. Eerdere jaren zijn gemeten.
Verloop sinds 2019
Toon de cijfers als tabel
| Jaar | Gas (m³) | Stroom netto (kWh) |
|---|---|---|
| 2019 | 1.314 | 2.475 |
| 2020 | 1.298 | 2.433 |
| 2021 | 1.294 | 2.376 |
| 2022 | 1.090 | 2.024 |
| 2023 | 937 | 1.762 |
| 2024 | 948 | 1.741 |
| 2025 (prognose) | 958 | 1.774 |
| 2026 (prognose) | 928 | 1.747 |
Bron: CBS in samenwerking met Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): De energierekening – januari 2026 Periode: 2019–2026 Gecontroleerd: 25 september 2026
Tussen 2019 en 2026 daalde het gemiddelde gasverbruik met 29% en het netto stroomverbruik met 29%. Het CBS noemt als oorzaken dat huishoudens zuiniger gingen stoken toen de prijzen in 2022 en 2023 hoog waren, dat meer woningen geïsoleerd zijn of een warmtepomp of warmtenet kregen, en dat steeds meer huishoudens zelf zonnestroom opwekken.
Verschillen tussen woningen
Het gemiddelde verbergt grote verschillen. Een grote, oude vrijstaande woning met twee of meer bewoners verbruikte in 2024 gemiddeld ruim drie keer zoveel gas als een klein, nieuw appartement met één bewoner.
| Profiel | Gas (m³) | Stroom netto (kWh) |
|---|---|---|
| Hoofdzakelijk elektrisch verwarmde woning | 280 | 2.080 |
| Eén bewoner, nieuw klein appartement | 550 | 1.350 |
| Eén bewoner, oud klein appartement | 690 | 1.390 |
| Twee of meer bewoners, oud klein appartement | 860 | 2.060 |
| Eén bewoner, oude kleine rijwoning | 850 | 1.190 |
| Eén bewoner, oude middelgrote rijwoning | 1.010 | 1.340 |
| Twee of meer bewoners, oude kleine rijwoning | 1.000 | 1.920 |
| Twee of meer bewoners, nieuwe middelgrote rijwoning | 900 | 1.870 |
| Twee of meer bewoners, oude middelgrote rijwoning | 1.110 | 1.950 |
| Twee of meer bewoners, oude grote rijwoning | 1.520 | 2.280 |
| Twee of meer bewoners, oude grote vrijstaande woning | 1.850 | 2.580 |
Bron: CBS in samenwerking met Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): De energierekening – januari 2026 Periode: 2024 (voorlopig) Gecontroleerd: 25 september 2026
'Oud' betekent gebouwd vóór 1992, 'klein' tot 100 m² en 'groot' vanaf 150 m². Rijwoning omvat tussen-, hoek- en twee-onder-een-kapwoningen. Wat dit betekent voor de energierekening zie je bij energiekosten per woningtype.
Je eigen verbruik vinden
Je werkelijke jaarverbruik staat op je jaarafrekening. Heb je die niet bij de hand, lees dan twee keer je meter af en reken het om met de rekenhulp jaarverbruik.
Inhoud gecontroleerd op 26 september 2026.